aanlaten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanlaten
liet aan
aangelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

aanlaten

  1. overgankelijk iets ~: een toestel niet uitschakelen
    • Hij had zijn telefoon aangelaten tijdens het concert. 

Gangbaarheid