aanbetaling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·ta·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbetaling aanbetalingen
verkleinwoord aanbetalinkje aanbetalinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanbetaling v

  1. een eerste betaling bij het kopen van iets op afbetaling of in termijnen
    Heeft u de aanbetaling al gedaan?
Vertalingen