Poerim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Poe·rim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Poerim -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Poerim o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) feest waarbij de Joden vieren dat ze niet meer door vijanden als Haman worden bedreigd, op 14 adar buiten de steden en op 15 adar in de steden[4]
Schrijfwijzen
  • Hebreeuws-Nederlands: Poeriem (spelling Sofeer benadert uitspraak Hebreeuws dichter dan officiële spelling)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen