Mönch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Mönch

Zelfstandig naamwoord

Mönch m

  1. monnik
    «Nicht alle Mönche leben im Kloster.»
    Niet alle monniken leven in een klooster.
Verbuiging