Komet
Uiterlijk

De komeet Hale-Bopp op 29 maart 1997
- Ko·met
- Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord cometa "komeet", dat van het Oudgriekse zelfstandige naamwoord κομήτης "haarster", afgeleid van het Oudgriekse zelfstandige naamwoord κόμη "haar, hoofdhaar"
| Naar frequentie | 13313 |
|---|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | der Komet | die Kometen |
| genitief | des Kometen | der Kometen |
| datief | dem Kometen | den Kometen |
| accusatief | den Kometen | die Kometen |
Komet, m
- (astronomie) komeet
- «Die meisten Kometen tauchen unerwartet auf.»
- De meeste kometen verschijnen onverwacht.
- «Die meisten Kometen tauchen unerwartet auf.»