Groossdaadi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Grooss·daa·di
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van het Pennsylvania-Duitse bijvoeglike naamwoord grooss en het aan het Engelse ontleende zelfstandige naamwoord daddy
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Groossdaadi der Groossdaadi Groossdaadis die Groossdaadis
datief me Groossdaadi em Groossdaadi Groossdaadis de Groossdaadis
accusatief en Groossdaadi der Groossdaadi Groossdaadis die Groossdaadis

Zelfstandig naamwoord

Groossdaadi, m

  1. (familie), (informeel), (kindertaal) opa (koosvorm van Groossvadder)
    «Meim Groossdaadi sei Eldre sin in Washington begraabt.»
    Mijn opa's ouders zijn begraven in Washington.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Opmerkingen