Naar inhoud springen

Griekse

Uit WikiWoordenboek
  • Griek·se
  • Afgeleid van Griek met het achtervoegsel -se
enkelvoud meervoud
naamwoord Griekse Grieksen
verkleinwoord - -

deGrieksev

  1. (demoniem) een inwoonster van Griekenland of een vrouw afkomstig uit Griekenland

Griekse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van Grieks
     Maar het is waar - ik zou me best op mijn gemak voelen bij koningin Elizabeth en die lange, Griekse man van haar, een kopje thee drinken, die grappige kleine hondjes van haar aaien.[1]
     De lunch wordt geserveerd op een overdekt terras met uitzicht over Griekse tempels die hier meer dan tweeduizend jaar geleden zijn gebouwd.[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340