Gebottsdaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ge·botts·daag
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Pennsylvania-Duitse zelfstandige naamwoorden Gebott en Daag met het invoegsel -s-
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Gebottsdaag der Gebottsdaag Gebottsdaage die Gebottsdaage
datief me Gebottsdaag em Gebottsdaag Gebottsdaage die Gebottsdaage
accusatief en Gebottsdaag der Gebottsdaag Gebottsdaage die Gebottsdaage

Zelfstandig naamwoord

Gebottsdaag, m

  1. verjaardag
    «Am Dinschdaag hot mei Daadi Gebottsdaag
    Op dinsdag is de verjaardag van mijn vader.
Opmerkingen