Fuchs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Fuchs
enkelvoud meervoud
nominatief der Fuchs die Füchse
genitief des Fuchses der Füchse
datief dem Fuchs
Fuchse
den Füchsen
accusatief den Fuchs die Fuchs

Zelfstandig naamwoord

Fuchs, m

  1. (dierkunde) vos
    «Der Fuchs jagt die Fähe.»
    De vos maakt jacht op het wijfje.