Baam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Baam
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Baam der Baam Beem, Baem
ook: Baame
die Beem, Baem
ook: die Baame
datief me Baam em Baam Beem, Baem
ook: Baame
de Beem, Baem
ook: die Baame
accusatief en Baam der Baam Beem, Baem
ook: Baame
die Beem, Baem
ook: die Baame

Zelfstandig naamwoord

Baam, m

  1. (plantkunde) boom
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen

Meer informatie