ἐγώ

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Oudgrieks

enkelvoud tweevoud meervoud
nominatief ἐγώ νώ ἡμεῖς
accusatief με, ἐμέ ἡμᾶς
genitief μου, ἐμοῦ νῷν ἡμῶν
datief μοι, ἐμοί ἡμῖν

Persoonlijk voornaamwoord

ἐγώ

  1. ik (nominatief van de eerste persoon enkelvoud)