worth

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
worth -

Zelfstandig naamwoord

worth

  1. waarde
    «He proved his worth
    Hij liet zien wat hij waard was.
stellend vergrotend overtreffend
worth - -

Bijvoeglijk naamwoord

worth

  1. predicatief: be ~ waard zijn
    «I wonder what this house would be worth
    Ik vraag me af wat dit huis waard is.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen