voorzitter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zit·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorzitter voorzitters
verkleinwoord voorzittertje voorzittertjes

Zelfstandig naamwoord

voorzitter m

  1. hoofd van een bestuur, leider van een vergadering
Vertalingen

Meer informatie