president

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·si·dent
enkelvoud meervoud
naamwoord president presidenten
verkleinwoord presidentje presidentjes

Zelfstandig naamwoord

president m

  1. het staatshoofd van een republiek
    Barack Obama is sinds kort president van de Verenigde Staten.
  2. een leider of voorzitter
    Hij is president van dat bedrijf.
Vertalingen

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
president presidents

Zelfstandig naamwoord

president

  1. president


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

president g

  1. president
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen