versterken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ster·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
versterken
versterkte
versterkt
zwak -t volledig

Werkwoord

versterken

  1. (overgankelijk) krachtiger maken
    Die gewichtheffer doet er echt alles aan om zijn spieren te versterken.
  2. (overgankelijk) het aantal vergroten
    Zij komen ons team versterken.
  3. (overgankelijk) beter bestand maken tegen aanvallen
    Het leger zal het fort versterken.
  4. (overgankelijk), (natuurkunde), (elektronica) een elektrisch signaal in spanning doen toenemen
    Het signaal is nog te zwak, we zullen het moeten versterken.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen