versterkt
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·sterkt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| versterken |
versterkt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van versterken
- Jij versterkt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van versterken
- Hij versterkt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van versterken
- Versterkt!
- voltooid deelwoord van versterken