versterker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ster·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versterker versterkers
verkleinwoord versterkertje versterkertjes

Zelfstandig naamwoord

versterker m

  1. een middel waarmee een toename in aantal, of een krachtiger effect wordt bereikt
    Een megafoon is een versterker van geluid.
  2. (elektronica) een schakeling van elektronische componenten die een toegevoerd signaal in spanning doet toenemen
    Een versterker dient het signaal te vergroten, zonder het te vervormen of er stoorsignalen aan toe te voegen.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

[2] versterking, versterkingsfactor

Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie