dempen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dem·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dempen |
dempte |
gedempt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
dempen
- (overgankelijk) dichtgooien met grond of ander vast materiaal
- De werklieden gingen de gracht dempen.
- Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
- (overgankelijk) zwakker maken, verzwakken, temperen
- De buren wilde graag het geluid dempen.
- Schokken (van een auto) of trillingen (van een brug) dempen.
- dempen bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
- [1] volstorten
- [2] temperen, matigen, verzachten, verzwakken
Verwante begrippen
Antoniemen
- [1] uitbaggeren, uitgraven
Vertalingen
1. dichtgooien met grond of ander vast materiaal
1. zwakker maken, de kracht verminderen van
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.