verzwakken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·zwak·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verzwakken |
verzwakte |
verzwakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verzwakken
- (overgankelijk) zwakker maken
- Het weinige slapen zal hun weerstand verzwakken.
- (ergatief) zwakker worden
- Zij verzwakken door een tekort aan slaap.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. zwakker maken
1. zwakker worden