spinnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spinnen
spon
gesponnen
klasse 3 volledig 1
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spinnen
spinde
gespind
zwak -d volledig 2
Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·nen

Werkwoord

spinnen

  1. een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
  2. snorren, een brommend geluid maken
    De kat lag te spinnen.
  3. (natuurkunde) ronddraaien van quantumdeeltjes
    Een spinnend elektron.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spinnen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spin
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen