spinnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| spinnen |
spon |
gesponnen |
| klasse 3 | volledig | 1 |
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| spinnen |
spinde |
gespind |
| zwak -d | volledig | 2 |
Uitspraak
Woordafbreking
- spin·nen
Werkwoord
spinnen
- een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
- snorren, een brommend geluid maken
- De kat lag te spinnen.
- (natuurkunde) ronddraaien van quantumdeeltjes
- Een spinnend elektron.
Vertalingen
1. een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
1. snorren, een brommend geluid maken
Zelfstandig naamwoord
spinnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spin