snack
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- snack
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | snack | snacks |
| verkleinwoord | snackje | snackjes |
Zelfstandig naamwoord
snack m
- een hartig hapje of tussendoortje
- Ik heb geen zin om te gaan koken, dus we gaan vandaag dan maar snacks eten.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelengelse zelfstandige naamwoord snak.
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to snack |
| he/she/it | snacks |
| verleden tijd | snacked |
| voltooid deelwoord |
snacked |
| onvoltooid deelwoord |
snacking |
| gebiedende wijs | snack |
Werkwoord
snack
- (onovergankelijk) een snack eten
Afgeleide begrippen
Frase
snack on
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| snack | snacks |
Zelfstandig naamwoord
snack
- hapje, snack
- «Indulge in a snack that won’t make you cry.»
- Geef toe aan een snack die je niet aan het huilen zal brengen.
- «Indulge in a snack that won’t make you cry.»
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- to have a snack
een hapje eten