kroket
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kro·ket
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kroket | kroketten |
| verkleinwoord | kroketje | kroketjes |
Zelfstandig naamwoord
- (voeding) een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt
- Hij at iedere dag met de lunch een kroket.
Hyponiemen
- aardappelkroket, abrikozenkroket, appelkroket, bamikroket, garnaalkroket, garnalenkroket, graankroket, kaaskroket, kipkroket, rijstkroket, viskroket, vleeskroket, zalmkroket, zwezerikkroket
Vertalingen
1. een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.