bevallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·val·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevallen
/bə.'vɑ.lə(n)/
beviel
/bə.'vil/
bevallen
/bə.'vɑ.lə(n)/
klasse 7 volledig

Werkwoord

bevallen

  1. (ergatief) iets als aangenaam ervaren
    Die houding beviel hem geenszins.
  2. (ergatief) het leven schenken aan een kind
    Zij is thuis van een wolk van een zoon bevallen.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen