smaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sma·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smaken
smaakte
gesmaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

smaken

  1. een smaak hebben
    Deze rode wijn smaakt voortreffelijk bij vleesgerechten.
  2. naar meer ~: zo goed bevallen, dat je er meer van wilt
    Die spanning, die hectiek. Dat smaakte naar meer!

Zelfstandig naamwoord

smaken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord smaak
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen