smaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sma·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| smaken |
smaakte |
gesmaakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
smaken
- een smaak hebben
- Deze rode wijn smaakt voortreffelijk bij vleesgerechten.
- naar meer ~: zo goed bevallen, dat je er meer van wilt
- Die spanning, die hectiek. Dat smaakte naar meer!
Zelfstandig naamwoord
smaken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord smaak