aanslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·slaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanslaan
sloeg aan
aangeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
aanslaan

  1. even tegen iets slaan
  2. op militaire wijze groeten
  3. in beslag nemen
  4. waarderen
  5. aanplakken
  6. ten verkoop bieden
  7. waarschuwend blaffen
  8. beginnen te lopen
  9. (van een kogel)de grond raken
  10. op een toets slaan
  11. beslagen worden
  12. belasten, belasting heffen
  13. wortel schieten
Vertalingen