aanslaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·slaan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanslaan |
sloeg aan |
aangeslagen |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
aanslaan
- even tegen iets slaan
- op militaire wijze groeten
- in beslag nemen
- waarderen
- aanplakken
- ten verkoop bieden
- waarschuwend blaffen
- beginnen te lopen
- (van een kogel)de grond raken
- op een toets slaan
- beslagen worden
- belasten, belasting heffen
- wortel schieten
Vertalingen
3. in beslag nemen
6. ten verkoop bieden