ruimen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rui·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ruimen |
ruimde |
geruimd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ruimen
- iets leeg- of schoonmaken
- De bedorven lading werd geruimd door deze overboord te zetten.
- het leegmaken van een graf na een zeker aantal jaren
- Die graven worden na 35 jaar geruimd.
- de destructie van een veestapel als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke ziekten
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
ruimen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ruim