krimpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krim·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| krimpen |
kromp |
gekrompen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
krimpen
- (ergatief) kleiner in omvang worden
- De broek was in de was gekrompen en hij kreeg hem niet meer aan.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. kleiner in omvang worden