opruimen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·rui·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opruimen |
ruimde op |
opgeruimd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opruimen
- iets uit de weg ruimen
- Kun jij die rotzooi even voor mij opruimen?
- iets uitverkopen
- U krijgt vandaag 20% kassakorting, want we zijn aan het opruimen.
- iets in orde brengen, netjes maken
- Zo, opgeruimd staat netjes!
Vertalingen
1. iets uit de weg ruimen
2. iets uitverkopen