pip
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Engels
Uitspraak
Woordafbreking
- pip
Woordherkomst en -opbouw
- Werkwoord [A]: Oorsprong onbekend.
- Werkwoord [B]: Een klanknabootsend woord (onomatopee).
- Zelfstandig naamwoord [A]: Oorsprong onbekend.
- Zelfstandig naamwoord [B]: Oorsprong onbekend.
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to pip |
| he/she/it | pips |
| verleden tijd | piped |
| voltooid deelwoord |
piped |
| onvoltooid deelwoord |
piping |
| gebiedende wijs | pip |
Werkwoord
[A] pip
- (overgankelijk) nipt winnen
- «Vettel pips Alonso in Brazil practice.»
- Vettel wint nipt voor Alonso in training in Brazilië.
- «Vettel pips Alonso in Brazil practice.»
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- (VK): to pip somebody to the post
op het nippertje passeren
Werkwoord
[B] pip
- (onovergankelijk) bliepen, piepen
- (onovergankelijk), (dierkunde) door de schaal van het ei breken (uitkomen)
- (overgankelijk), (dierkunde) de schaal van het ei openbreken (prikken)
Synoniemen
- [1]: chirp
- [1]: peep
- [2]: break through
- [3]: break open
- [3]: pearce
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| pip | pips |
Zelfstandig naamwoord
[A] pip
- (diergeneeskunde) een bepaalde ziekte bij pluimvee
- (diergeneeskunde) de schub of korst op de tong bij dieren met deze ziekte
Hyperoniemen
- [1]: desease
Zelfstandig naamwoord
[B] pip
- een nietig persoontje
- een nietig ding
- (plantkunde) pit (van een vrucht)
- (plantkunde) een individuele onderstam van het meiklokje (Convallaria majalis
) - (plantkunde) een sschub van een ananas
- (spel) oog (van een dobbelsteen, een dominosteen)
- (spel) symbool (op een speelkaart)
- (informeel) distinctief (op een tenue)
- (medisch), (informeel) lont, ontsteking (een menselijke aandoening, vooral: een lichte niet-specifieke gezondheidsstoornis)
- piepgeluid (VK)
- tijdsein
- (techniek) een korte impuls
- (techniek) een echosignaal bij de radar
Synoniemen
Hyperoniemen
- [2.7]: desease
Afgeleide begrippen
- [1-2]: (spreektaal) pip-squeak
Verwante begrippen
- [2.1]: apple pip
- [2.1]: grape pip
- [2.1]: pip fruit
- [2.1]: tomato pip
- [2.5]: speck
Uitdrukkingen en gezegden
- [2.5]: (VK): to get one's second pip
zijn tweede ster krijgen (van een persoon met tenue: promotie maken)
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Dierkunde in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Diergeneeskunde in het Engels
- Plantkunde in het Engels
- Spel in het Engels
- Informeel in het Engels
- Medisch in het Engels
- Techniek in het Engels
- Dubbele betekenis in het Engels