lont

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lont
enkelvoud meervoud
naamwoord lont lonten
verkleinwoord lontje lontjes

Zelfstandig naamwoord

lont

  1. koord voor het (veilig) aansteken van iets ontplofbaars
    De lont van het rotje was erg kort, maar de jongen stak hem toch aan.
Uitdrukkingen en gezegden
  • een kort lontje hebben.
    • erg snel aggresief worden.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen