kotsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kot·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kotsen |
kotste |
gekotst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
kotsen
- (inergatief), (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
- Hij moest ervan kotsen.
- (dysfemisme) speeksel opgeven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] uitkotsen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
|
Het is om van te kotsen.
|