clean

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
clean cleaner cleanest

Bijvoeglijk naamwoord

clean

  1. schoon
  2. zindelijk
  3. fatsoenlijk
  4. zuiver
vervoeging
onbepaalde wijs to clean
he/she/it cleans
verleden tijd cleaned
voltooid
deelwoord
cleaned
onvoltooid
deelwoord
cleaning
gebiedende wijs clean

Werkwoord

clean

  1. schoonmaken
Persoonlijke instellingen