ophouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van houden met het voorvoegsel op-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ophouden
hield op
opgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

ophouden

  1. ~ met, ~ te: een activiteit beëindigen
    Hij hield op met spreken.
  2. (ongebruikelijk) omhoog houden
    Ze hield het bordje met 8 op.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen