mop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mop | moppen |
| verkleinwoord | mopje | mopjes |
Zelfstandig naamwoord
- een anekdote met een verrassend en komisch slot
- Wat een flauwe mop is dat, zeg.
Vertalingen
1. een anekdote met een verrassend en komisch slot
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| moppen |
mop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moppen
- Ik mop.
- gebiedende wijs van moppen
- Mop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moppen
- Mop je?
Engels
Werkwoord
mop