poets

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poets
enkelvoud meervoud
naamwoord poets poetsen
verkleinwoord poetsje poetsjes

Zelfstandig naamwoord

poets v/m

  1. een grap die men met iemand uithaalt
    Zij hadden hem een flinke poets gebakken.

Werkwoord

vervoeging van
poetsen

poets

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poetsen
    Ik poets.
  2. gebiedende wijs van poetsen
    Poets!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poetsen
    Poets je?


Engels

Zelfstandig naamwoord

poets mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord poet