zwabber

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwab·ber
enkelvoud meervoud
naamwoord zwabber zwabbers
verkleinwoord zwabbertje zwabbertjes

Zelfstandig naamwoord

zwabber m

  1. uit draden bestaande schoonmaakhulpmiddel op een steel
    Een zwabber is een handig hulpmiddel voor een schoonmaker.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwabberen

zwabber

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
    Ik zwabber.
  2. gebiedende wijs van zwabberen
    Zwabber!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
    Zwabber je?