grap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grap
enkelvoud meervoud
naamwoord grap grappen
verkleinwoord grapje grapjes

Zelfstandig naamwoord

grap m

  1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
    Hij haalde een kostelijke grap uit.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
grappen

grap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
    Ik grap.
  2. gebiedende wijs van grappen
    Grap!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
    Grap je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord grap grappe
verkleinwoord grappie grappies

Zelfstandig naamwoord

grap

  1. grap