grap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- grap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grap | grappen |
| verkleinwoord | grapje | grapjes |
Zelfstandig naamwoord
grap m
- verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
- Hij haalde een kostelijke grap uit.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| grappen |
grap
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
- Ik grap.
- gebiedende wijs van grappen
- Grap!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
- Grap je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grap | grappe |
| verkleinwoord | grappie | grappies |
Zelfstandig naamwoord
grap