monnik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mon·nik
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Griekse woord monos (alleen).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | monnik | monniken |
| verkleinwoord | monnikje | monnikjes |
Zelfstandig naamwoord
monnik m
- een man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een klooster
- Hij is al jarenlang een monnik en zal dat ook altijd blijven.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyperoniemen
Hyponiemen
- abt, prior, novice; augustijn, benedictijn, bernardijn, cisterciënzer, dominicaan, franciscaan, franciscaner, kapucijnse, predikheer, trappist
Vertalingen
1. een man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een klooster
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.