klooster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kloos·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Latijnse woord claustrum (afgesloten plaats), dat weer van claudere (afsluiten) komt.
enkelvoud meervoud
naamwoord klooster kloosters
verkleinwoord kloostertje kloostertjes

Zelfstandig naamwoord

klooster o

  1. een kloostergemeenschap
    Hij was van plan om een klooster te gaan stichten.
  2. een gebouw waarin een klooster gevestigd is
    Monniken leven vaak in een klooster.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen