kloosterling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kloos·ter·ling
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kloosterling | kloosterlingen |
| verkleinwoord | kloosterlingetje | kloosterlingetjes |
Zelfstandig naamwoord
kloosterling m
- iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster
- De kloosterlingen namen deel aan de sext.
Synoniemen
Vertalingen
1. iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster