geestelijke

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gees·te·lij·ke
enkelvoud meervoud
naamwoord geestelijke geestelijken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geestelijke m

  1. iemand die voor een geloof werkt
    De man die we laatst in de kerk zagen, is een geestelijke.

Bijvoeglijk naamwoord

geestelijke

  1. verbogen vorm van de stellende trap van geestelijk
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen