abt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: abt (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɑpt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɑpt/
- (Limburg): /ɑb/
Woordafbreking
- abt
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudgriekse ἀββᾶς abbas (vader), dat op zijn beurt teruggaat op het Aramese אבא abba (mijn vader).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | abt | abten |
| verkleinwoord | abtje | abtjes |
Zelfstandig naamwoord
abt m
- het hoofd van een abdij
Vertalingen
1. het hoofd van een abdij
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.