dakpan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dak·pan
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dakpan | dakpannen |
| verkleinwoord | dakpannetje | dakpannetjes |
Zelfstandig naamwoord
- elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
- De dakpannen zijn tijdens de storm niet van het dak gewaaid.