dakpan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Dakpannen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dak·pan
enkelvoud meervoud
naamwoord dakpan dakpannen
verkleinwoord dakpannetje dakpannetjes

Zelfstandig naamwoord

dakpan v/m

  1. elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
    De dakpannen zijn tijdens de storm niet van het dak gewaaid.
Verwante begrippen
Vertalingen