llamar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Spaans
Uitspraak
Woordafbreking
- lla·mar
Werkwoord
llamar
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| llamar |
llamaba |
llamado |
| volledig | ||
- (onovergankelijk) aankloppen, aanbellen
- (overgankelijk) roepen, ontbieden, laten komen
- oproepen tot/om
- noemen, benoemen, vernoemen
- bellen, telefoneren
- aanschrijven, aanzeggen, kennis geven
- «Mañana te llamo por teléfono.»
- Ik bel je morgen.
- «Mañana te llamo por teléfono.»
Synoniemen
- [3] convocar
- [4] nombrar
- [5] telefonear
- [6] anunciar