ontbieden

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ont·bie·den

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontbieden
ɔnt'bidə(n)
ontbood
ɔnt'bot
ontboden
ɔnt'bodə(n)
Klasse 2 volledig

ontbieden

  1. (overgankelijk) om iemands aanwezigheid verzoeken.
    Hij werd ten paleize ontboden om zijn lintje in ontvangst te nemen.


Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen