ontbieden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ont·bie·den
Werkwoord
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontbieden ɔnt'bidə(n) |
ontbood ɔnt'bot |
ontboden ɔnt'bodə(n) |
| klasse 2 | volledig | |
ontbieden
- (overgankelijk) om iemands aanwezigheid verzoeken
- Hij werd ten paleize ontboden om zijn lintje in ontvangst te nemen.