krijg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijg
enkelvoud meervoud
naamwoord krijg krijgen
verkleinwoord krijgje krijgjes

Zelfstandig naamwoord

krijg m

  1. een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
krijgen

krijg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krijgen
    Ik krijg.
  2. gebiedende wijs van krijgen
    Krijg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krijgen
    Krijg je?