krijgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krij·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: crigen (oorlog voeren)
  • Verwant in Germaans:
Duits: kriegen, Fries: krije
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krijgen
/'krɛɪ.ɣə(n)/
kreeg
/'krex/
gekregen
/ɣə'kre.ɣə(n)/
klasse 1 volledig

Werkwoord

krijgen

  1. (overgankelijk) verwerven, ontvangen
    Hij krijgt een boek.
  2. (overgankelijk) een ziekte oplopen
    Vlak voor het examen kreeg hij griep.
  3. (hulpwerkwoord) maakt met behulp van een meewerkend voorwerp een pseudo-passieve constructie
    Zij reikten een prijs uit aan de artiest. Hij kreeg een prijs uitgereikt.
Opmerkingen
  • Hoewel het werkwoord een lijdend voorwerp draagt, ontbreken lijdende vormen geheel. Voor een lijdende constructie wordt meestal verkrijgen gebruikt.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: een taal onder de knie krijgen
  • [1]: pech krijgen
  • [1]: steun krijgen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

krijgen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord krijg