vlinder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vlin·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vlinder | vlinders |
| verkleinwoord | vlindertje | vlinderjes |
Zelfstandig naamwoord
vlinder m
- (dierkunde) een schubvleugelig insect met vier gekleurde vleugels en een oprolbare tong
- Vlinders beginnen hun leven als rups, verpoppen, en komen dan gevleugeld en wel tevoorschijn.
- (kleding) een vlinderdas
Afgeleide begrippen
- vlinderachtig, vlinderbloem, vlinderbloemig, vlinderdas, vlinderen, vlinderlicht, vlindernet, vlinderslag, vlindersoort
Vertalingen
1. een schubvleugelig insect, meestal met gekleurde vleugels
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vlinderen |
vlinder
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlinderen
- Ik vlinder.
- gebiedende wijs van vlinderen
- Vlinder!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlinderen
- Vlinder je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.