haver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haver (havers)
verkleinwoord (havertje) (havertjes)

Zelfstandig naamwoord

haver v/m

  1. (plantkunde), (graan) Avena sativa Wikispecies-logo-en.png, een éénjarige plant die behoort tot de Grassenfamilie en die tevens een graansoort is
Vertalingen

Meer informatie


Catalaans

Woordafbreking
  • ha·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse habeo.
stamtijd
tegenw.
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
he havia hagut
2e vervoeging volledig onregelmatig

Werkwoord

haver

  1. hebben
    «No, no ho ha fet.»
    Nee, hij heeft het niet gedaan.
Opmerkingen

haver wordt alleen gebruikt als hulpwerkwoord en in vaste verbindingen. Voor de normale betekenis van 'hebben' als 'iets bezitten of vasthouden' wordt tenir gebruikt.

Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen