groei

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groei
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van groeien zonder -en.
enkelvoud meervoud
naamwoord groei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

groei v

  1. het groter worden.
    Zijn groei schokte de wereld.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
groeien

groei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
    Ik groei.
  2. gebiedende wijs van groeien
    Groei!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
    Groei je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen